Marokko promotie


Algemene gegevens Marokko

 

Marokko

Hoofdstad Laatst bijgewerkt augustus 2005

  1. 1 Inleidende gegevens
  2. 2 Feitelijke en cijfermatige gegevens
  3. 3 Beschrijvende kenschets

1 Inleidende gegevens

Naam land Marokko
Naam landenmedewerker Liesbeth Teekamp
Afdeling DAM/NA
Datum Augustus 2005
Standaardbronnen Als bronnen voor het landenoverzicht wordt zoveel mogelijk van de beschikbare interne gegevens van het Ministerie van Buitenlandse Zaken gebruik gemaakt.Daarnaast zijn de (meest recente edities/cijfers van de) volgende bronnen gebruikt:

  • Algemene gegevens: Regional Surveys of the World, Europe Publicaties
  • Demografische gegevens: Human Development Report, CIA World Fact Book
  • Economische gegevens: Economic Intelligence Unit
  • Ontwikkelingsrelevante factoren: Human Development Report, UNDP
  • Handelsbetrekkingen met Nederland: EVD
  • Investeringscijfers: De Nederlandsche Bank
Aanvullende bronnen Geen

2 Feitelijke en cijfermatige gegevens

2.1 Algemene gegevens

Oppervlakte 460.000 km² (11x Nederland).
Marokko zelf hanteert het cijfer van 710.850 km², dat is incl. de Westelijke Sahara.
Hoofdstad Rabat
Inwonertal 32 miljoen (2004, schatting CIA World Factbook)
Bevolkingsdichtheid 69 inwoners per km² (2004)
Godsdienst Islam (99 %)
Taal Arabisch is de officiële taal. Daarnaast worden verscheidene Berber-talen gesproken en in het dagelijks gebruik veelal Frans en Spaans.
Nationale feestdag 30 juli, Fête de la Couronne (Kroningsfeest)
Klimaat Subtropisch

2.2 Staatkundige gegevens

Staatshoofd Koning Mohammed VI
Premier Driss Jettou
Minister van Buitenlandse Zaken Mohamed Ben Aïssa
Minister van Buitenlandse Handel Mustapha Mechahouri
Staatsvorm Constitutionele monarchie (Koninkrijk)
Parlement - Kamer van Volksvertegenwoordigers, 325 leden
- Kamer van Adviseurs, 270 leden.

2.3 Demografische gegevens

Natuurlijke bevolkingsgroei 1,5 % (2000-2015)
Geboorten (per 1000 inwoners) 22,79 (2004, schatting CIA World Fact Book)
Overlijdens (per 1000 inwoners) 5,71 (2004, schatting CIA World Fact Book)
Levensverwachting 70,3 jaar (v) en 66,6 jaar (m) (2001)

2.4 Economische gegevens

BBP US$ 46,4 miljard (2003)
Economische groei 4,4 % (2004, schatting EIU), 5,2 % (2003)
BBP per capita US$ 1450
Inflatie 2,2 % (2004, schatting EIU), 1,2 % (2003)
Beroepsbevolking per sector Landbouw 40 %, industrie 15 %, diensten 45 % (2003, schatting CIA World Factbook)
Werkloosheid 19 % (2003, schatting CIA World Factbook)
Uitvoer US$ 8,7 miljard (2003)
-belangrijke producten Textiel, elektrische componenten, fosfor
-belangrijkste partners Frankrijk, Spanje, VK
Invoer US$ 13,0 miljard (2003)
-belangrijke producten Consumptiegoederen, halffabrikaten, kapitaalgoederen
-belangrijkste partners Frankrijk, Spanje, Italië
Valuta Dirham (MAD)
Buitenlandse schuld US$ 17,8 miljard (2003, schatting EIU)
Debt-service ratio 18,6 % (2003, schatting EIU)
Saldo handelsbalans US$ -/- 4,3 miljard (2003)
Lopende rekening betalingsbalans US$ 1,6 miljard (2003)

2.5 Ontwikkelingsrelevante indicatoren

Groeisectoren Toerisme, agrarische sector, infrastructuur
Energiesituatie Afhankelijk van import en onderzoek naar aanwezigheid olie
Human development index 0,620 (2002, 125 e plaats)
Human poverty index 34,5 % (2002, 56 e plaats)
Gender-related development index 0,604 (2002, 100 e plaats)
% inwoners dat de leeftijd van 40 niet haalt 9,4 % (2000-2005)
Alfabetisering (% 15 jr. en ouder) 38,3 % (v) - 63,3 % (m) (2002)
% mensen met toegangtot veilig drinkwater 80 % (2000)
% mensen met toegangtot essentiële betaalbare medicijnen 50-79 % (1999)
% kinderen tot 5 jaar met ondergewicht 9 % (1995-2002)

2.6 Betrekkingen met Nederland

Hr. Ms. Ambassadeur te Rabat De heer mr. S. Leenstra (sedert juli 2004)
Geaccrediteerde ambassadeur in Nederland De heer Ali El Mhamdi (sedert februari 2004)
BZ-postennetwerk - Ambassade te Rabat
- Consulaat-Generaal te Casablanca.
Nederlandse gemeenschap Ca. 300, exclusief bi-patride Marokkanen.
Gemeenschap in Nederland (eerste plus latere generaties) Ca. 285.000 (waarvan ca. 75.000 bi-patriden)

2.7 Handelsbetrekkingen met Nederland

Nederlandse uitvoer € 380,3 miljoen (2004)
-belangrijke producten Voeding en levende dieren, chemische producten, schepen en boten, garens, weefsel e.d., voertuigen voor wegvervoer
Nederlandse invoer € 193,8 miljoen (2004)
-belangrijke producten Groente en fruit, kleding en toebehoren, chemische producten, vis-, schaal- en weekdieren, fineer-, duplex- en triplexhout
Investeringen vanuit Nederland Niet gespecificeerd
Investeringen in Nederland Niet gespecificeerd

3 Beschrijvende kenschets

3.1 Geschiedenis

Onder invloed van de Arabieren breidde de Islam zich in de achtste eeuw uit onder de overwegend Berberse bevolking van Marokko. Sinds 1668 heerst de Alaoui-dynastie over Marokko, tot 1912 met volledig gezag en daarna ondergeschikt aan een Frans en een Spaans protectoraat. In 1956 kwam er een einde aan deze protectoraten en herkreeg de Sultan de macht. Spanje heeft sinds de 16de eeuw twee enclaves aan de Marokkaanse kust in bezit, Ceuta en Melilla, alsmede een drietal kleine eilanden. De Marokkanen beschouwen deze Marokkaans grondgebied.

Het land kent een verscheidenheid aan bevolkingsgroepen. Naast Arabieren zijn er diverse Berbervolken. Verreweg de meeste Marokkanen in Nederland zijn afkomstig uit de Rif, een bergland dicht achter de kust van de Middellandse Zee. De Rif heeft een bewogen geschiedenis. In 1921 verzetten de bewoners zich tegen de Spaanse overheersing. De rebellie werd in 1926 door Spanje en Frankrijk hardhandig onderdrukt. In 1959 kwam de noordelijke Rif in opstand tegen het centrale gezag.

Sultan Mohammed Ben Youssef kroonde zichzelf koning Mohammed V in 1956, het jaar van de onafhankelijkheid. In 1961 volgde Hassan II hem op. Koning Hassan II nam ook de titel ‘Leider der Gelovigen’ aan. Hij werd in juli 1999 opgevolgd zijn zoon Mohammed VI.

In 1975 kwam Spanje met Marokko en Mauritanië de overdracht van de Spaanse kolonie Westelijke Sahara overeen. De onafhankelijkheidsbeweging voor de Westelijke Sahara, het Polisario Front, verzette zich met Algerijnse steun tegen de Marokkaans/Mauritaanse overname en een gewapend conflict brak uit. Eveneens in 1975 oordeelde het Internationale Hof van Justitie de overdracht strijdig met het volkerenrecht; de inwoners van de voormalige kolonie hadden geen gelegenheid gekregen het zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen. Toen eind jaren ‘70 Mauritanië zich uit het zuidelijke gedeelte van de Westelijke Sahara terugtrok, bezette Marokko dit deel eveneens. Pas in 1991 werd een staakt-het-vuren tussen Marokko en Polisario overeengekomen (zie verder 3.8 Buitenlands beleid).

Midden 2002 zetten zowel Marokko als Spanje militairen in op het zogenaamde Peterselie eiland voor de Marokkaanse kust, dat door beide landen wordt opgeëist (zie verder 3.7 Buitenlands beleid).

3.2 Staatsinrichting

Marokko is een koninkrijk waarvan het staatshoofd zijn afstamming terugvoert tot de profeet Mohammed. Hij heeft staatsrechtelijk een sterke positie. De Koning is ook opperbevelhebber van de strijdkrachten en voorzitter van de Hoge Raad voor de Magistratuur. Alle belangrijke politieke beslissingen zijn onderhevig aan de instemming van het Staatshoofd.

De formele kenmerken van een parlementaire democratie zijn aanwezig. In 1996 kwam er bij referendum een parlement met twee kamers. De Kamer van Volksvertegenwoordigers (325 leden) wordt in algemene verkiezingen gekozen en zit drie jaar. De Kamer van Adviseurs (270 leden) wordt indirect gekozen. Elke 3 jaar wordt van deze Kamer een derde deel van de leden vervangen. De jongste verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers vonden plaats op 27 september 2002. Gemeenteraadsverkiezingen die voor voorjaar 2003 stonden gepland zijn uitgesteld tot 12 september 2003.

Marokko, dat de Westelijke Sahara tot zijn grondgebied rekent, is administratief verdeeld in 16 regio’s, die bestaan uit in totaal 39 provincies en 8 stedelijke prefecturen. Marokko streeft naar verdere regionalisering. Overheidstaken werden reeds naar de regio’s gedelegeerd die uiteindelijk vergaande bevoegdheden moeten krijgen op sociaal-economisch terrein.

3.3 Binnenlandse politiek

Aan de regeringsperiode van Hassan II kwam met zijn dood in juli 1999 na ruim dertig een einde. In deze periode maakte Marokko een gestage economische groei. De moderne sector was de trekker van deze groei. Relatief veel Marokkanen zijn echter nog afhankelijk van de traditionele landbouw. De kosten van de oorlog tegen Polisario en van de legering van een omvangrijk veiligheidsapparaat in de Westelijke Sahara hebben sinds 1975 zwaar op de begroting gedrukt. De openbare voorzieningen bleven zo rudimentair. In 1971 en 1973 waren er militaire couppogingen. Vooral de vakbonden wisten tot in de 80-er jaren latente onvrede te mobiliseren.

De 70-er en 80-er jaren staan bekend als de ‘années de plomb’. Er was een harde onderdrukking van de oppositie. Ernstige mensenrechtenschendingen vonden plaats. Prominente dissidenten verkozen veelal voor een verblijf in het buitenland. Nieuwe bewegingen met een islamistische signatuur manifesteerden zich in de 80-er jaren steeds nadrukkelijker. Algemeen wordt de Jama’at al Adlw-al-Ihsan (Rechtvaardigheid en Offervaardigheid) beweging als de meest invloedrijke gezien. Zij staat nog altijd onder leiding van sheikh Abdessalam Yassine, een oud-onderwijs inspecteur die in 1984 de overheid de rug toekeerde. In 1989 werd sheikh Yassine onder huisarrest geplaatst. Zijn Adl beweging kreeg in 1990 geen toestemming zich als politieke partij te registreren.

Begin jaren negentig kwam er een voorzichtig proces van democratisering. In juni 1993 vonden parlementsverkiezingen plaats waar de vier oppositiepartijen (’Union Socialiste des Forces Populaires, Istiqlal’, ‘Parti du Progrès et du Socialisme’ en ‘Organisation de l’Action Démocratique et Populaire’) het best uitkwamen met 99 van de 222 zetels. De regeringspartijen (met name de ‘Union Constitutionelle’ en de ‘Rassemblement National des Indépendants’) behielden, ondanks aanzienlijk verlies, met 116 zetels een kleine meerderheid.
Hassan II bepleitte echter dat de oppositie een regering zou vormen maar de oppositiepartijen weigerden dit. De volgende kamerverkiezingen van november 1997 hebben wel tot de door koning Hassan II gewenste afwisseling van regeringsverantwoordelijkheid (’alternance’) geleid. De leider van de USFP, Abderrahman Youssoufi, vormde in 14 maart 1998 een kabinet samengesteld uit leden van zeven politieke partijen waarvan Istiqlal na de USFP de grootste was. Youssoufi was in 1996 uit vrijwillige ballingschap in Frankrijk naar Marokko teruggekeerd.

Koning Mohammed VI toonde zich na zijn troonsbestijging in 1999 de koning van de vernieuwing en verzoening. Er kwam een minister voor de rechten van de mens en een speciale Commissie voor de Mensenrechten. Non-gouvernementele organisaties, waaronder onafhankelijke mensenrechtenorganisaties (o.a. Amnesty International) kregen meer de ruimte zich te manifesteren. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd gezuiverd van personen die betrokken waren geweest bij de repressie, ballingen werden uitgenodigd naar huis te keren, er kwam een arbitragecommissie die zich buigt over smartengeldbetalingen aan familieleden van verdwenen personen en het huisarrest van sheikh Yassine werd opgeheven. Er kwam voorts een beleid van decentralisering met bijzondere aandacht voor de economische ontwikkeling van verwaarloosde regio’s en er werden stappen gezet de rechten van verdachten te verbeteren (de termijnen van voorarrest en voorlopige hechtenis zijn aan banden gelegd).

Aan de parlementsverkiezingen van 27 september 2002 namen 24 partijen deel. De USFP en Istiqlal kwamen op een gedeelde eerste plaats (elk 50 van de 325 zetels). De gematigde islamitische PJD kwam op 42 zetels, een verdrievoudiging van het aantal zetels in het vorige parlement. In het nieuwe parlement zitten 34 vrouwen, deels via aparte kieslijsten verkozen. Het Kabinet Jettou is samengesteld uit leden van zes partijen en voorts uit een aantal partijloze bestuurders. Minister President Jettou, Minister van Binnenlandse Zaken Al Musthapha Sahel en Minister van Buitenlandse Zaken Mohamed Benaissa behoren tot deze zogenaamde ’sans appartenance politique’. De enige nieuwe regeringspartij is de ‘Mouvement Populaire’. De USFP en Istiqlal leverden elk acht van de 39 bewindslieden. Nieuw is de portefeuille voor zaken betreffende Marokkanen in het buitenland. Deze viel toe aan Mevrouw Nouzha Chekrouni (USFP), die in het kabinet Youssoufi verantwoordelijk was voor emancipatie-zaken. Mevrouw Cherouni was in het kabinet Youssouffi de enige vrouw. In het kabinet Jettou zitten drie vrouwen.

De zetelwinst van de PJD in de parlementsverkiezingen van september 2002 wijst er op dat islamisme en fundamentalisme terrein winnen. Naast bewegingen met wortels in de Marokkaanse spirituele traditie zoals de Jama’at al-Adlw-al-lhsan van sheikh Abdessalam Yassine zijn er diverse bewegingen die opereren vanuit een ultraorthodoxe gedachtegoed dat uit het buitenland afkomstig is.

Op 16 mei 2002 werd Casablanca opgeschikt door een serie zelfmoordaanslagen. Er vielen 18 slachtoffers, het meerdendeel Marokkaans. Groeperingen als Al-Salafiyya al-Jihadiyya en Al-Sirat al-Mustaqim worden in verband gebracht met de aanslagen. De eerste processen in verband met de zelfmoordaanslagen gingen midden 2003 van start. Daarbij is tegen een aantal verdachten de doodstraf geëist.

3.4 Sociale situatie

Marokko kent, in verhouding tot andere landen met ongeveer hetzelfde per capita inkomen, een relatief beperkte toegang tot onderwijs en dientengevolge een hoog percentage analfabetis­me. Op het platte­land is sprake van grote ar­moede. Daar worden slechte resultaten behaald op welvaartsindicatoren als toegang tot drink­wa­ter en medische zorg.

Arm waren tot enkele decennia terug vooral de noordelijke provin­cies waar circa een vijfde van de bevol­king woont. In Noord Marokko zijn overboekingen uit het buitenland, de cannabisteelt en de smokkel belangrijke inkomstenbronnen geworden. De levensstandaard in deze gebieden is de afgelopen tientallen jaren fors toegenomen. In 1996 kwam er een speciaal agentschap, het ‘Agence pour le Développement des provinces du Nord’ dat de taak heeft de economische ontwikkelingen van de noordelijke provincies te bevorderen. De ontwikkelingsprogramma’s van dit agentschap worden door de EU financieel ondersteund. Medio 2002 werd door de koning de oprichting van een vergelijkbaar agentschap voor het lager ontwikkelde zuiden aangekondigd, het ‘Agence pour le Développement des provinces du Sud’.

De steden en de vlakte langs de Atlanti­sche kust worden hoofd­zakelijk bevolkt door personen met een Arabische achtergrond, de bergach­tige gebieden door Berbers. Deze laatsten zijn onder te verde­len naar de drie Berberse dialecten: Riffij­nen in het noor­den, Ima­zighen in Mid­den-Atlas en rond de Tafi­lelt-oase, en de Chleuh, die de Hoge Atlas, de Anti-Atlas en de Sous in het zuiden bevolken. Er zijn kranten en tijdschriften alsmede radio- en tv-uitzendingen in de Berbertaal en meerdere Berber­se culturele organi­sa­ties zijn actief. Met de oprichting in 2002 van het ‘Institut Royale pour la Culture Amazigh (IRCAM)’ kwam er officiële erkenning van het belang Berber cultuur en taal in stand te houden. Hoewel sinds 1993 formeel is toegestaan op lagere scholen in een Ber­bertaal les te geven, is hieraan nog geen invulling gegeven.

Met betrekking tot vrouwen gelden nog immer discriminerende bepalingen die betrekking hebben op huwelijk, echtscheiding, polygamie, boedelscheiding, voogdijschap en de toewijzing van kinderen bij echtscheiding. Ook ten aanzien van het strafbaar stellen van overspel en de overdracht van nationaliteit van ouders op kinderen wordt een discriminerend onderscheid tussen mannen en vrouwen gemaakt. De Marokkaanse wet gaat wel uit van gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van werkgelegenheid. Verscheidenen maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat vrouwen worden ontslagen bij huwelijk of zwangerschap. In 2001 verwees de Koning een regeringsvoorstel tot herziening van het familierecht met emancipatoire uitwerking voor de vrouw naar een commissie van goede diensten na protesten op straat.

3.5 Economische situatie

Met een bevolking van 31,2 miljoen inwoners is Marokko één van de dichtbevolkste landen van de mediterrane regio. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) van Marokko bedroeg in 2002 38,9 miljard US dollar. Het inkomen per hoofd van de bevolking van 1.254 US dollar is voor de regio relatief laag. Na een aantal jaren van stagnatie is het BBP in 2002 met 3,2% gegroeid. In 2003 zal de groei naar verwachting 4% bedragen. De groei komt tot stand via de uitstekende oogsten van dit jaar die met 60% toenamen. Deze ‘bumper’-oogsten hebben niet alleen een gunstig effect op de dienstensector en verwerkende industrie maar dragen ook bij tot het algemene economische vertrouwen. Niettemin valt de groei tegen mede als gevolg van de oorlog in Irak en de aanslagen in Casablanca met de negatieve effecten daarvan voor de toerismesector. Deze sector stond overigens al onder druk na de aanslagen van 11 september 2001. Ook de recessie in de EU heeft een negatieve invloed op de externe vraag. In 2004 evenwel, zal bij een aantrekkende Europese vraag en verder toenemende investeringen een groei van 5,5% kunnen worden bereikt. Om de werkloosheid (thans 18,0) te verminderen zijn echter groeipercentages van ten minste 6% vereist. De regering heeft de creatie van werkgelegenheid tot prioriteit verklaard en de particuliere sector wordt gestimuleerd om een actievere rol te spelen in de verbering van de economische situatie van het land. Tot op heden werden daarmee onvoldoende resultaten behaald. Het jaarlijks creëren van 200.000 nieuwe banen is onvoldoende om de 300.000 starters per jaar aan het werk te krijgen. Net als in de overige Maghreb-landen is de werkloosheid onder vrouwen hoger dan onder mannen. Daarnaast is de werkloosheid onder universitair opgeleiden een bijzonder probleem.

De Marokkaanse economie is de laatste jaren wat gevarieerder geworden. De bijdragen van de landbouw en de fosfaatindustrie aan het BBP zijn structureel gedaald. Daarentegen stijgt het aandeel van de industrie en dienstensector. Landbouw blijft echter een belangrijke sector aangezien meer dan 40% hierin emplooi vindt. De dienstensector in Marokko is goed ontwikkeld. Ongeveer 25% van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector. De buitenlandse afzet en toerisme zijn belangrijke deviezenbronnen. In belang worden zij op de voet gevolgd door overmakingen van Marokkanen in het buitenland. Eveneens van betekenis, maar onzichtbaar in de statistieken, zijn de inkomsten uit de cannabisteelt.

De inflatie is de laatste jaren afgenomen en is laag in vergelijking met andere landen in de regio. In 2002 heeft de stijging van de prijzen voor levensmiddelen en een toenemende binnenlandse vraag de inflatie echter weer opgedreven tot 3 procent.

De Europese landen, met Frankrijk voorop, blijven de belangrijkste handels- en investeringspartners. De buitenlandse investeringen 2002 daalden als gevolg van een stagnatie in het privatiseringsprogramma. In 2003 daarentegen wordt een toename van de buitenlandse investeringen verwacht dankzij de privatisering van een aantal staatsorganisaties, waaronder die van de Régie des Tabacs, die inmiddels succesvol werd afgerond.

De belangrijkste uitdagingen voor de toekomst blijven het stimuleren van de groei en werkgelegenheidscreatie. Het succesvol terugdringen van corruptie, een efficiënter gebruik van de overheidsfinanciën, verdere privatisering, het aantrekken van buitenlandse investeerders en het afsluiten van een EU-handelsovereenkomst zijn belangrijkste elementen om die doelstelling te bereiken. Tevens zijn maatregelen gericht op een herstel van de dienstensector (toerisme) die ernstig te lijden heeft gehad van de terroristische aanslagen(11 september en Casablanca) van belang.

3.6 Milieubeleid

Het milieubeleid van Marokko wordt gecoördineerd in de Nationale Raad voor het Milieu, waarvan de minister voor Landinrichting, Milieubescherming, Grote Steden en Huisvesting de voorzitter is. Daarnaast, en nauw verbonden met deze nationale raad, is er een Commissie voor Duurzame Ontwikkeling. Het secretariaat van de Nationale Raad en deze Commissie liggen in handen van de onder-staatssecretaris voor Milieubescherming.

De belangrijkste problemen zijn:

  • gebrek aan zoetwater voor drinkwater en irrigatie
  • verlies van landbouwgrond door erosie en woningbouw
  • ontbossing
  • bedreiging van de biodiversiteit
  • luchtvervuiling in de grote steden

Marokko werkt aan een nationale strategie voor de bescherming van het milieu en voor duurzame ontwikkeling. In een plan van aanpak komen o.a. aan de orde: reiniging van vervuilde grond, drinkwaterwinning, waterzuivering en verwerking van afval en huisvuil.

3.7 Buitenlands beleid en veiligheidsbeleid

Het behoud van de nationale soevereiniteit en integriteit van Marokko is de belangrijkste pijler waarop het Marokkaanse buitenlandse - en veiligheidsbeleid steunt.

De hoofddoelstellingen van het Marokkaanse buitenlandse beleid zijn:

  • benadrukken van Arabische staat en islam als staatsgodsdienst
  • beklemtoning dat Marokko zich inzet voor vrede en stabiliteit op het Afrikaanse continent
  • het associatieverdrag met de Europese Unie (2000) handen en voeten geven opdat in 2010 sprake kan zijn van vrij goederenverkeer tussen EU en Marokko;
  • oplossen van de kwestie Westelijke Sahara

Westelijke Sahara
Van 1975 tot 1991 waren Marokko en Polisario in een gewapend conflict om de Westelijke Sahara verwikkeld. Eind 1991 werd een staakt-het-vuren en een vreedzame regeling van het conflict overeengekomen. Dit zogenaamde ’settlement plan’ houdt in dat de bevolking van de Westelijke Sahara zich middels een referendum uitspreekt over de definitieve status van het gebied (onafhankelijkheid of aansluiting bij een ander land). De tenuitvoerlegging van dit ’settlement plan’ werd onder toezicht geplaatst van de VN-missie MINURSO (Mission des Nations Unies pour le Réferendum dans le Sahara Occidental). Interpretatieverschillen met betrekking tot de vraag welke personen stemgerechtigd zijn leidden er toe dat MINURSO de identificatie van stemgerechtigden in 1995 staakte.

Begin 1997 belastte de Secretaris-Generaal van de VN de Amerikaan James Baker met de opdracht de ontstane patstelling te doorbreken. Het lukte de voormalige Secretary of State datzelfde jaar het identificatieproces weer vlot te trekken (akkoord van Houston), maar de interpretatieverschillen bleven en het proces verzandde. Daarom werd SGVN in 2000 gemandateerd om een alternatieve regeling te onderzoeken. Halverwege 2001 legde de SGVN een concept regeling aan alle betrokken partijen voor. Dit zogenaamde ‘framework agreement’ houdt in dat het gebied onder Marokkaanse soevereiniteit komt en een grote mate van autonomie krijgt, dit alles gedurende een overgangstermijn van vijf jaar wanneer een referendum over de definitieve status plaatsvindt waarin alle personen die dan in de Westelijke Sahara woonachtig zijn stemgerechtigd zijn. Marokko accepteerde dit voorstel als een werkbare basis om tot een definitieve regeling te komen. Polisario en Algerije verwierpen echter dit ‘framework agreement’. In mei 2003 presenteerde de SGVN opnieuw een ‘Peace Plan’. Kern van dit plan is dat, binnen een jaar na ondertekening, een Westelijke Sahara Autoriteit’ wordt gekozen. Stemgerechtigd zijn de door MINURSO als zodanig erkende Sahari’s en door de UNHCR als zodanig erkende Sahari vluchtelingen. Deze WSA moet vervolgens in de grootst mogelijke autonomie bestuurstaken op zich nemen. Gedurende deze periode heeft Marokko exclusieve bevoegdheden t.a.v. buitenlandse betrekkingen, veiligheid en defensie van het gebied. Na de transitieperiode komt er een referendum dat door de VN wordt georganiseerd over de definitieve status van het gebied. Aan dit referendum zullen zowel de stemgerechtigden aan de verkiezing van de WSA als allen die sinds 30 december 1999 in de Westelijke Sahara woonachtig zijn.

De UNHCR is betrokken bij de opvang van de Sahara vluchtelingen in Tindouf (Algerije) en Noord-Mauritanië, de WHO en het EU noodhulpagentschap ECHO bij de voedselvoorziening. Het Comité van het Internationale Rode Kruis ziet toe op de opsporing van vermiste oorlogsveteranen en op de leefomstandigheden van de ruim duizend Marokkaanse krijgsgevangenen die Polisario nog altijd vasthoudt. Van deze krijgsgevangenen werden er 916 meer dan twintig jaar geleden gevangen genomen. Het ICRC en de SGVN hebben Polisario herhaaldelijk opgeroepen de resterende krijgsgevangenen onmiddellijk vrij te laten.

Polisario riep in 1975 de Sahraoui Arabische Republiek (SAR) uit. De SAR heeft een regering in ballingschap, die in Algerije zijn zetel heeft. De SAR wordt door een aantal, vooral Afrikaanse, staten erkend. Nederland erkent de SAR niet.

UMA
In het kader van zijn beleid betreffende de samenwerking met andere Arabische staten in de regio, heeft Marokko zich aangesloten bij de Union du Maghreb Arabe (UMA), opgericht in 1989. Dit samenwerkingsverband tussen 5 landen (Algerije, Libië, Marokko, Mauritanië, Tunesië) beoogt vergaande integratie op vooral economisch terrein. Marokko dat vanwege de controverses met Algerije over de Westelijke Sahara de UMA aanvankelijk verzocht had haar werkzaamheden te bevriezen, beklemtoont tegelijkertijd dat de UMA kan eraan kan bijdragen dat onderling verschillende standpunten kunnen worden geklaard.

Peterselie eiland
Marokkaanse gendarmes bezetten op 11 juli 2002 het onbewoonde ‘Peterselie’ eiland (Marokkaanse benaming is Toura of Leïla) voor de Marokkaanse kust. De Marokkaanse regering verklaarde dat het ging om de vestiging van een observatiepost, dit in verband met de controle op de mensensmokkel en de strijd tegen het internationaal terrorisme. De Marokkaanse gendarmes werden daags daarop door commando’s van het Spaanse Vreemdelingenlegioen van het eiland verwijderd en aan Marokko overgedragen. Hierop volgde diplomatiek overleg. Amerikaanse bemiddeling zorgde voor een regeling die voorziet in het herstel van de status quo ante. Dit wil zeggen dat geen van beide partijen enig gezag op het eiland vestigt.

Al Qods
Al Qods is de Arabische benaming voor Jeruzalem. Het gelijkluidende Comité zet zich in voor een onafhankelijke Palestijnse staat met Al Qods als hoofdstad. Het Marokkaanse staatshoofd, koning Mohamed VI, is voorzitter van het comité, dat regelmatig verklaringen uitgeeft over de Midden-Oosten problematiek.

NAVO
Marokko is een actieve partner binnen de Mediterrane Dialoog. Het bondgenootschap heeft waardering voor de aanzienlijke bijdrage van Marokko aan KFOR(540 personen) en SFOR(202).

3.8 Betrekkingen met de EU

De betrekkingen tussen de EU en Marokko krijgen onder meer vorm in Euro-Mediterrane Partnerschap dat met de verklaring van Barcelona in 1995 is ingeluid. Dit partnerschap streeft naar vrede, veiligheid en welvaart in het Middellandse Zee-gebied. In dit kader is in 1996 een associatieverdrag tussen de Europese Unie en Marokko tot stand gekomen. De belangrijkste elementen van de associatie zijn: een regelmatige politieke dialoog, een geleidelijke vorming van een vrijhandelszone, de versterking van de economische samenwerking, sociale, culturele en financiële samenwerking. Op 9 maart 1998 heeft de Tweede Kamer een plenair debat gewijd aan de goedkeuring van dit verdrag. Het verdrag is inmiddels door de EU (lidstaten plus Commissie) geratificeerd en op 1 maart 2000 in werking getreden. Een eerste Associatieraad (hoogste overlegorgaan i.h.k.v. het verdrag) met Marokko vond plaats in oktober 2001.

Het bevorderen van de welvaart in het Middellandse Zee-gebied betekent voor de EU het bevorderen van vrijhandel en het verlenen van ontwikkelingsfinanciering. De EU ondersteunt met fondsen van het Mediterranean Development Assistance (MEDA) programma de sociaal-economische hervormingen in Marokko. Voor de jaren 2002-2004 ligt bij de besteding van de MEDA-fondsen de nadruk op economische hervormingen - privatisering en liberalisering - en op sociale ontwikkeling en milieubescherming. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteedt aan het noorden. Marokko zou graag een speciale positie t.o.v. de EU verwerven, een positie die het midden houdt tussen associatie met en het lid zijn van de EU.

4.1 Betrekkingen met Nederland

Het aantal in Nederland verblijvende Marokkanen (van eerste en tweede generatie) bedraagt ca. 285.000. Er wonen ruim 300 Nederlanders in Marokko, inclusief degenen die tevens de Marokkaanse nationaliteit hebben. Een aantal grote Nederlandse bedrijven heeft een eigen vestiging, o.m. ABN-AMRO, Philips, Unilever, Shell, AKZO en enkele confectie- en akker/ tuinbouwbedrijven.

Er bestaat een intensief personenverkeer tussen Nederland en Marokko. Nederlandse bestuurders die met de van oorsprong Marokkaanse bevolkingsgroep in Nederland zakelijk te maken hebben bezoeken regelmatig Marokko. Het Nederlandse Ministerie van OC&W voert regelmatig overleg met de Marokkaanse autoriteiten over onderwijskwesties. In verband met familierechtelijke problemen van in Nederland wonende Marokkanen is enige jaren geleden een Marokkaans-Nederlandse ambtelijke commissie ingesteld. Deze commissie overlegt onder meer over de erkenning in Marokko van in Nederland gesloten huwelijken en van Nederlandse echtscheidingsvonnissen.

De uitvoering van het bilaterale WOTS verdrag met Marokko, dat gaat over de overbrenging naar Nederland van in Marokko veroordeelde Nederlanders, heeft in 2001 stil gelegen nadat Nederlandse gevangenen na overbrenging naar Nederland in vrijheid werden gesteld. Onderhandelingen over de interpretatie van de verdragstekst leidden in september 2001 tot overeenstemming. Inmiddels is weer een aantal Nederlandse gedetineerden overgebracht.

Onderhandelingen over een nieuw socialezekerheidsverdrag, dat zowel export van socialezekerheidsuitkeringen als controle op vermogen in het kader van de Bijstandswet regelt, konden in 2002 worden afgerond.

4.2 Bezoeken

In 1996 bezocht de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken Marokko. In 1997, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap, deed de minister van Buitenlandse Zaken van Mierlo Marokko aan in zijn capaciteit van fungerend EU Raadsvoorzitter, dit ter voorbereiding van de Euromed conferentie te Malta. In oktober 2000 bracht de Prins van Oranje een bezoek aan Marokko op uitnodiging van de Koning. Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Benschop bezocht Marokko in november 2001, Staatssecretaris van Cultuur Van der Ploeg in februari 2002 en Staatssecretaris Ybema in juni 2002. In januari 2002 reisde een delegatie van het Praesidium van de Tweede Kamer naar Marokko voor een bezoek op uitnodiging van het Marokkaanse parlement.

De Marokkaanse Staatssecretaris voor Maatschappelijke Solidariteit en Hulpverlening bracht in juni 1998 een kort oriënterend bezoek aan Nederland. In begin 2000 was de Marokkaanse Minister van Justitie in Nederland op werkbezoek, in oktober 2000 volgde een officieel bezoek van Premier Youssoufi. Minister van Cultuur en Mediacommunicatie Achaari bracht in juni 2002 een tegenbezoek op uitnodiging van Staatssecretaris Van der Ploeg. In juni bezocht de Marokkaanse minister belast met in het buitenland verblijvende Marokkanen, Mw Checkrouni Nederland .

4.3 OS-activiteiten

Met Marokko bestaat geen structurele bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsrelatie.

4.4 Activiteiten Nederlandse posten

Naast de gebruikelijke werkzaamheden bestaat in Rabat speciale aandacht voor consulaire werkzaamheden, waaronder het probleem van de Nederlandse gevangenen, voor de relatie tussen de Marokkaanse staatsburgers in Nederland en hun land van herkomst, voor onderwijs- en culturele samenwerking, voor ontwikkelingen op het terrein van de drugsproblematiek, de mensenrechtensituatie, en voor de toekomst van de Westelijke Sahara. Bij de economische activiteiten wordt bijzondere aandacht gegeven aan mogelijkheden om de Nederlandse expertise op het gebied van milieutechnologie onder Marokkaanse aandacht te brengen.

4.5 EVD activiteiten

De EVD, een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, biedt aan Nederlandse bedrijven die zich op buitenlandse markten begeven, een scala aan instrumenten op zowel informatie- en voorlichtingsterrein als op het gebied van promotionele activiteiten. Nauwe samenwerking met zijn uitgebreide netwerk dat o.a. bestaat uit ambassades, consulaten en overige steunpunten in het buitenland, stelt de EVD in staat Nederlandse bedrijven adequaat met actuele informatie over buitenlandse markten te ondersteunen. De beschikbare informatie heeft betrekking op o.m. de verschillende fasen van het zakendoen zoals voorbereiding, marktselectie en- bewerking en kansen op overheidsmarkten. De regio-informatiemanagers en het Export Informatiecentrum staan de ondernemer met raad en daad bij.

Daarnaast biedt de EVD informatie aan o.m. via publicaties zoals landenoriëntaties, het vakblad Buitenlandse Markten en de website. Het EVD-voorlichtings-programma, dat uit spreekdagen en voorlichtingsbijeenkomsten bestaat, geeft de Nederlandse ondernemer de mogelijkheid zich in eigen land op de buitenlandse markten te oriënteren. Aan deze bijeenkomsten dragen de handelsafdelingen van de Nederlandse diplomatieke posten, handelssteunpunten en andere handelsbevorderende organisaties bij.

Op promotioneel terrein brengt de EVD Nederlandse bedrijven in contact met potentiële buitenlandse zakenrelaties, zgn. matchmaking, via inkomende of uitgaande handelsmissies. Dze activiteiten hebben een collectief karakter. Meer informatie over genoemde onderwerpen en contactpersonen bij de EVD is te vinden op de EVD-website of via het Export Informatiecentrum (070 - 778 88 11). De landenspecialist voor Marokko is mw. Marjolein Vink ( 070 - 778 8806).

4.6 Exportfinanciering

Zie voor het meest recente Atradius landenbeleid de internetsite.

Het ORET/MILIEV programma staat voor Marokko slechts open voor “matching” situaties. In dat geval voorziet dit programma in een schenkingselement voor exportactiviteiten met ontwikkelingshulpkarakter en/of een milieucomponent.

Het ministerie van Economische Zaken kent een aantal generieke regelingen voor investeringsfaciliteiten (IOM), haalbaarheidsstudies (EPSP), rentesubsidies (BSE), starters op buitenlandse markten (PSB) en herverzekering van investeringen (RHI). Meer informatie is te vinden op de internetsite van EZ. Het door de FMO uitgevoerde IBTA-programma (investeringsbevordering en technische assistentie) staat open voor Marokko.

4.7 Verdragen met Nederland

Onder dit kopje zijn de belangrijkste verdragen met Nederland opgenomen.

  • Overeenkomst inzake luchtvervoer.
    20 mei 1959, Rabat
    In werking getreden op 1-1-1961
    Trb. 1959, 144 (Fr. vert. Ne.)
  • Overeenkomst betreffende de aanwerving en de tewerkstelling van Marokkaanse werknemers in Nederland.
    14 mei 1969, ’s-Gravenhage
    In werking getreden op 14-5-1969
    Trb. 1969, 87 (Ne.Fr.)
     
  • Overeenkomst inzake economische samenwerking.
    23 december 1971, Rabat
    In werking getreden op 27-7-1978
    Trb. 1972, 14 (Fr. vert. Ne.); 1973, 11; 1974, 8; 1978, 94
  • Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid.
    14 februari 1972, Rabat
    In werking getreden op 1-1-1973
    Trb. 1972, 34 (Fr. vert. Ne.); 1973, 129

Wijzigingen werden overeengekomen op

a) 3 november 1972, Rabat
In werking getreden op 1-1-1973
Trb. 1973, 130 (Fr. vert. Ne); 1977, 87; 1981, 151; 1984, 139

b) 10 augustus 1976 / 3 mei 1977, Rabat / ’s-Gravenhage
In werking getreden op 3-5-1977
Trb. 1977, 87 (rubr. J: Fr. vert. Ne)

c) 9 april 1981, ’s-Gravenhage / Rabat
In werking getreden op 9-4-1981
Trb. 1981, 151 (rubr. J: Fr. vert. Ne)

d) 18 oktober 1984, Casablanca
In werking getreden op 18-10-1984
Trb. 1984, 139 (rubr. J: Fr. vert. Ne)

e) 30 september 1996, Rabat
Nog niet in werking getreden
Trb. 1996, 298 (rubr. J: Fr. vert. Ne.)

f) 22 juni 2000 (verdrag)
Voorlopige in werking treding op 1-8-2000.
Vindplaats: –

g) 22 juni 2000 (administratief akkoord)
Nog niet in werking getreden.
Vindplaats: –

- Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.

12 augustus 1977, Rabat
In werking getreden op 10-6-1987
Trb. 1977, 152 (Ne. Fr.)

- Overeenkomst betreffende het internationale wegvervoer van personen en goederen
5 april 1982, Rabat
In werking getreden op 10-7-1987
Trb. 1982, 93 (Fr. Ne.); 1987, 111

- Culturele Overeenkomst.
24 februari 1983, ’s-Gravenhage
In werking getreden op 1-5-1987
Trb. 1983, 43 (Fr. Ne.); 1987, 60

- Verdrag tussen de Benelux en Marokko - Handelsovereenkomst.
5 augustus 1958, Brussel
Trb. 1958, 126; 1959, 54; 1961, 147; 1962, 22; 1995, 109; 1996, 118
Opmerking: Buiten werking getreden op 1 juni 1996 voor het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en de Nederlandse Antillen). Voor Aruba is de Overeenkomst in werking gebleven.

- Overeenkomst houdende de regeling van de financiële gevolgen voortvloeiend uit de overdracht aan de Marokkaanse Staat van landbouwgronden of gronden die voor de landbouw waren bestemd en die hebben toebehoord aan Nederlandse staatsburgers.
14 februari 1995, Rabat
In werking getreden op 5-6-1997
Trb. 1995, 87 (Ne.Fr.); 1997, 235

- Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen.
30 november 1999, Rabat
Wordt voorlopig toegepast vanaf 30-12-1999.
Trb.1999, 198 (Ne, Fr)

4.8 Ambtsberichten

Onder dit kopje zijn de belangrijkste conclusies van de beschikbare ambtsberichten per laatste updatedatum opgenomen.

Geen algemeen ambtsbericht opgesteld.

4.9 Beleids notities

N.v.t.

4.10 Kamervragen

Onder dit kopje staan de belangrijkste kamervragen opgenomen.

· Vragen van het lid Azough (GroenLinks)

see-also

  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Bezuidenhoutseweg 67
  • Postbus 20061
  • 2500 EB Den Haag
  • Tel.: 070-3 486 486
  • Fax: 070-3 484 848
  • Internet: www.minbuza.nl
BRON: http://www.minbuza.nl